In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Deze derde dag is in tweeën verdeeld. De eerste helft worden we op sleeptouw genomen door Gwenny en Sara die zich, namens Stad Oostende, bezig houden met stedenbouwkundige planning. De tweede helft is geschiedkundig Oostendenaar Paul onze gids. Eens kijken wat toekomst en verleden ons leren over het Oostende van vandaag.

Een volle anderhalf uur waarin nauwelijks een adempauze valt vertellen Gwenny en Sara ons de bouwplannen van de stad. Dat zijn er nogal wat. De focus ligt bijna helemaal op het Oostelijk Havengebied, het gebied tussen de haven en de Vuurtorenwijk in om precies te zijn, alwaar nieuwe, van sjiek tot middenstands-, appartementencomplexen worden gebouwd met en zonder privé zwembad. Vanaf een kapitaalkracht van zo’n 400.000 ziet de woon-toekomst er zeer rooskleurig uit in Oost Oostende. Daar komt ook een oud loodsje beschikbaar voor creatieve initiatieven. Iets verderop, rond de oude watertoren, zal een stedenbouwkundige poging worden gedaan de Vuurtorenwijk dichter bij de rest van de stad te betrekken. De weg moet worden omgelegd en de strook die overblijft wordt dan groen. Zo simpel moet het zijn. De Vuurtorenwijk, dat is die waarvan op papier word gezegd kinderen er in de meest kansarme positie worden geboren. Uit diezelfde papieren blijkt ook dat er in dit deel van de stad significant meer kinderen worden geboren dan in andere delen van Oostende. En zo racen we kriskras langs grote thema’s als spreiding, sociale draagkracht en samenleven maar bewegen we ons grafisch heel secuur door de stratenmap die voor ons op tafel ligt met 1 heel heldere focus: bouwen aan de toekomst.

Tot slot fietsen we een rondje door het havengebied en zien we de toekomstbelofte van “de overkant”

In een pauze van het typen van dit verslag kijk ik de aflevering “wie verdient er aan uw schulden” van VRT’s docuserie Pano, waar ik hoor dat 1,5 miljoen Belgen onder de armoedegrens leven. Dat meer dan een kwart van de Vlaamse scholen vorig jaar een incassobureau inschakelden… en ik denk aan de strook groen naast de watertoren…

Na een vlugge boterham staat Paul ons op te wachten naast het Casino / de Kursaal.

Paul is gepensioneerd, Oostendenaar en self-tought historicus. Hij vind het zichtbaar leuk 4 gasten op sleeptouw te nemen langs de vroegere rijkdom aan de kust. Het grootste gedeelte van de tijd doen we een spelletje. Kijk even door het beton wat je nu ziet heen… en stel je voor dat daar een heel mooi groot gebouw stond. Bourgeois! En dan frommelde Paul een printje tevoorschijn van een tekening van dat gebouw en vertelde hij hoe de allerrijksten zich hier lieten vertroetelen door slaven met specialismen als: met een karretje aan de Kursaal verschijnen, daar de rijke stinkerd in te hijsen en die door het mulle zand te trekken tot aan de watergrens. Serieus. Zodat de stinkerd niet zelf de 50 passen zou moeten zetten en vooral ook, zou worden geconfronteerd met wat er nog tussen Kursaal en zee aan pleps rondliep. Ongelijkheid is van alle tijden. En dan valt er een kwartje: want de gedacht die erop volgde ging ongeveer alsvolgt: Toen was het nog veel erger dus, met die slaven en alles of… of… of verstoppen we het vandaag de dag gewoon beter? Hebben we dat ‘pleps’ nu op Apenplaneten verzameld, zoveel kilometer van dat prachtige strand vandaan? Buiten we ze tegenwoordig niet direct uit als slaven, maar pikken we met een klein deel gewoon het grootste gedeelte van het geld in, nee af, en lijkt het daardoor alleen maar beschaafd…

Verstoppertje spelen, daar zijn we meester in. Want het is zelfs, met schaamte grootste machtsmiddel, gelukt om die sufferds zichzelf te laten verstoppen! Want ze geloven zelf ook dat het eigen SCHULD is dat ze financieel in de shit zitten, dat ze zich daar eerst voor moeten schamen, dan voor moeten boeten en dan nog heel lang heel hard werken om misschien de laatste dagen van hun leven op de tweede rij aan dit strand te mogen plaatsnemen, zoals zovelen in eenzaamheid doen dezer dagen… Dat is de moderne variant op slavernij! Of laat ik mijn makersfantasie nu teveel de loop…

Vast, maar toch zit er iets in het mechanisme van wegpoetsen alvorens iets aan te gaan. Cynthia vertelde me dat in De Nieuwe Stad er zich een team bezighoud met ervoor te zorgen dat de mensen hun balkons schoonhoudt…

Aan het eind van de dag leren we nog: als er in Oostende enkel de ingeschrevenen verblijven dan zijn ze met zo’n 70duizend. Als alle bedden beslapen zijn in het toeristisch hoogtepunt en naar schatting allen zonder bed worden meegeteld komt met uit op zo’n 220duizend. Dat is drie keer zoveel.

Zou het ons lukken ook iets van de winterse leegte voelbaar te maken tijdens het hoogseizoen waarin TAZ plaatsvind?